Persoonlijke hulpmiddelen
U bent hier: Home Schiller Gazet tweede editie gazet
Document Acties

tweede editie gazet

het schijnt uit de hand te gaan lopen

REDACTIONEEL

Geachte lezer, allereerst zijn we u dank verschuldigd voor uw aardige woorden, bemoedigende zinnen en enthousiaste kritiek. Het succes van de Schiller Gazet heeft ook ons, jawel, overdonderd.

Daarom nog geen pas op de plaats gemaakt. De redactie is op volle kracht doorgestoomd en heeft na een streng selectieproces enkele scribenten aangetrokken voor een sterke tweede aflevering,

Huismededeling: In het najaar gaan onze schilderijen gerestaureerd worden. In die tijd zullen wij werk van moderne kunstenaars tentoonstellen en na afloop van de tentoonstelling zal een veiling plaatsvinden.

Welnu, in alle bescheidenheid presenteren wij u ons tweede nummer. Correctie, waarde lezer: uw tweede nummer.

 

Geheel de uwe,

De hoofdredactie

 

 

ARTIST IN RESIDENCE (KEUKEN)

Artist in Residence is nog steeds kunstenares Elise van Iterson, Zij verzorgde de tekeningen in deze Gazet. Zie ook: www.elisevaniterson.eu

 

 

IN DE GLAZEN KASTJES

Marcel Beyer, de nacht dat het dode kraaien regende.

Marcel Beyer (Tailfingen 1965) was writer in residence aan het University College in London en aan de University of Warwick in Coventry. Tot 1996 woonde Beyer in Keulen, nu woont hij in Dresden. Voor zijn werk ontving hij vele prijzen, onder andere de Heinrich Böll-prijs (2001), de Hölderlin-prijs (2003) en de Joseph Breitbach-prijs (2008). In Nederlandse vertaling verscheen zijn roman Vliegende honden (1997).

 

COLUMN

Hoge Cultuur in Schiller

 

DOOR André Klukhuhn

 

Als we café/restaurant Schiller binnenstappen belanden we  vanaf het Rembrandtplein met zijn vluchtige en frivole vermaak van het ene moment op het andere middenin de roes van de onvergankelijke Hoge Cultuur.

Net binnen staan we meteen al oog in oog met de sierlijk consumpties serverende Albertine, en worden onze gedachten meegevoerd naar de verdwenen geliefde uit Marcel Prousts Op zoek naar de verloren tijd, even vlinderachtig als trouweloos en mogelijk ook een beetje lesbisch. Als Marcel haar na haar plotselinge verdwijning probeert terug te vinden, blijkt ze te zijn gestorven na een val van haar paard. Marcel kan haar maar niet vergeten, alle vrouwen doen hem aan haar denken, en hij schrijft in één van zijn fameuze meanderende volzinnen: ‘Allen leken zij mij Albertines, alom liet het beeld dat ik in mij omdroeg mij haar terugzien, en zelfs, in de bocht van een laan, deed één die in een automobiel stapte mij zozeer aan haar denken, was deze zo precies van dezelfde lichaamsomvang, dat ik me een ogenblik afvroeg of zij het niet was die ik daar gezien had, of ik niet bedrogen was toen me het relaas van haar dood werd gedaan.’

In de keuken zien we de voluptueuze Jessica met een enorm bebloed  vleesmes lamskoteletjes bereiden en we horen weer hoe de dochter van Shylock uit William Shakespeares De koopman van Venetië door de jonge, verliefde Lorenzo op de muzikale schoonheid van het uitspansel wordt gewezen: ‘Ga zitten, Jessica,’zegt de hunkerende jongeling, ‘en zie hoe de hemelbodem/ is ingelegd met schijfjes fonkelend goud;/ het kleinste schijfje dat je kunt ontdekken, zingt in zijn wenteling nog als een engel,/ een stem in ’t koor der prille cherubijnen.’ Ondertussen probeert haar vrekkige vader Shylock ter genoegdoening een pond vlees rond het hart van de schuldenaar Antonio weg te snijden.

Nog meer regels van Shakespeare schieten ons te binnen als de jeugdige Julia, met haar negentien jaar eigenlijk net niet jong genoeg meer om aan de dertienjarige Julia Capulet te doen denken, het hoofdgerecht komt brengen en we als vanzelf de door verliefdheid verteerde Romeo Montague ín de boomgaard onder haar balkon zien staan: ‘Maar zachtjes! Welk licht schijnt er door ginds raam?/ Het is het Oosten en Julia is de zon! / Kom op, goede zon, en dood de jaloerse maan/ die al ziek is en bleek van verdriet/ daar u, haar dienster, veel mooier is dan zij.’ En we schieten, geholpen door de voortreffelijke wijn, weer helemaal vol als we beseffen welk drama zich aan het voltrekken is.

Aan het slot van de maaltijd verschijnt Elise met de koffie en de cognac. En nog lang nadat zij weer is verdwenen horen we de tonen van het beroemdste stukje muziek dat Ludwig van Beethoven voor haar naamgenote heeft geschreven, en waarop ongeveer alle beginnende pianisten hun vingers breken.  Waarschijnlijk had Beethoven het stukje bedoeld voor Thérèse, de leerlinge waar hij een beetje verliefd op was, maar het door ontroering beverige handschrift waarin hij de opdracht had geschreven bleek moeilijk te ontcijferen. Maar voor ons is en blijft het Voor Elise en, om het gelukzalige gevoel nog even te rekken, bestellen we bij haar nog een laatste cognacje alvorens weer het ontnuchterende rumoer van het Rembrandtplein in te stappen.

 

 

Scotch terrier in een koffiehuis

 

 

Hij zit zo rustig in het koffiehuis

op ’t smalle bankje lusteloos te geeuwen,

als een die, overal en nergens thuis,

tevreden is, tot aan het eind der eeuwen,

 

met ’t leven dat hem nimmer heeft bedrogen.

Zijn blijdschap spreekt uit ’t kwispelen van zijn staart

en gans de vriendschap van zijn listige ogen

groeit tot een glimlach in zijn ruigen baard.

 

Hij werd als ik in ’t Paradijs geschapen

in wilden staat en ligt voor zijn plezier

thans in dit zeer voornaam café te slapen...

 

Een eender lot? Neen, wat men ook vertelle,

ik ben beschaafd en dit onmondig dier

kan voor zichzelf niet eens een glas bestellen.      

 

Jan van Nijlen (dood)

 

 

Recht op gebrek

 

DOOR Dylan van Eijkeren

 

Als reisschrijver ben ik dikwijls op pad en nooit heb ik heimwee. Nee, nooit. De mensen vragen wel eens: heb je dan nooit heimwee? En dan zeg ik: nee hoor, nooit. Maar ik betrap mezelf er wel op dat ik de drie steile bruggen tussen mijn huis en Schiller nooit zo snel neem als de keren nadat ik op reis ben geweest. Dat is geen opzet, het is onvermijdelijk. En het leidt meteen tot de conclusie dat ik me nergens meer thuis voel dan in Schiller, zelfs niet in mijn eigen huis.

        Wat ik na mijn tochtje langs de Amstel aantref in Schiller verwarmt mijn reislustig hart. Alles is meteen vertrouwd: de ober zet zeven flessen wijn voor je neer, gemaakt door ‘een heel schattig mannetje’: kies maar. De eigenaar vraagt op even elegante als dwingende wijze of het heeft gesmaakt (je antwoord met ‘nou’ beginnen is verboden). Een serveerster klimt op een tafel om die gammele terraskachel aan te poken, iemand ziet je in je eentje zitten en zegt: ‘Zo, jíj hebt het gezellig.’ Als reisschrijver kom ik wel vaker in een café, maar zo hartverwarmend huiselijk als Schiller, nee, dat vond ik nou nog nooit in Brussel, Paramaribo of Kaapstad.

        Een goed café moet voldoen aan een paar simpele eisen, en daaraan voldoet Schiller zonder probleem. Het bier is er prima, de bitterballen zijn er uitstekend, het is er te donker noch te licht, het is er niet te groot en niet te klein, er wandelt nu en dan iemand naar binnen zonder duidelijk plan of doel (er zijn stamgasten, bedoel ik), er slingert een krant.

        Schiller heeft meer dan louter de standaardvereisten, want waarom zou ik me er anders zo thuis voelen? Ik heb er lang over nagedacht, en mijn conclusie is: het moeten de idiote barkrukken zijn. Toegegeven: ik ben niet heel groot van stuk, maar ik heb polsstokken gezien die niet toereikend zouden zijn om een kruk in Schiller op te komen. Dat is gek, maar wat is het dat een barkruk zo hoog als een flatgebouw mij laat smelten voor een kroeg?

        Het is net als met je huis, je echtgenoot en je kinderen. De charme zit ‘m in het onvolmaakte. Die dooie hoek, die kromme teen, dat niet tegen hun verlies kunnen – het vertedert je meer dan die schitterende tuin, de perfecte risotto of dat mooie rapport. Niet alleen heeft een goed café recht op een gebrek, het zou verplicht moeten zijn.

 

Van Dylan van Eijkeren verscheen recent zijn vierde reisroman: Ik zag een aap. Reisbrieven uit het nieuwste Zuid-Afrika - uitgeverij De Geus

 

Interview met de kok (2)

 

Vissoep is meditatie

 

Bijna wekelijks verschijnt er wel een nieuw gerecht op het menu, maar naar de oorspong van veel van die creaties kunnen we slechts gissen. We weten dat de chef van Schiller beschikt over een imposante bibliotheek vol kookboeken. Maar waar haalt hij zijn inspiratie eigenlijk nog meer vandaan? Wat speelt zich af in het brein van de chef? Welke zijn z’n zieleroerselen en inspiratiebronnen?

Wat woedt er in het wandelende enigma van de keuken?

De man achter de pannen laat het achterste van zijn tong niet zien.

Maar de Schiller Gazet is harder.

 

Waar haalt u de inspiratie vandaan?

‘Ik moet iets met haring.’

Pardon?

‘Ik wil eigenlijk ouderwetse haring.

Wilt u nu beweren dat u inspiratie haalt uit haring?

‘In een ander jasje.’

Een jasje?

‘Het zit in mijn hoofd. Met die haring doe ik niks.’

 

De kok zit enigszins verdwaasd aan tafel. Misschien zijn we ook wat vlug begonnen. We hebben hem deze middag zo uit de keuken getrokken, terwijl hij op zoek was naar een nieuw gerecht: een nieuwe manier om haring te presenteren in Schiller.

 

 

Nog eens: waar haalt u uw inspiratie vandaan?

‘Uit het seizoen.’

Hoe?

‘Uit produkten.’

Hoe haalt u inspiratie uit produkten?

‘Ze zijn steeds weer nieuw.’

De produkten?

‘Ja, het seizoen.’

Natuurlijk: de seizoensprodukten brengen de inspiratie!

‘Mooie spullen.’

Hoe komt u aan ‘mooie spullen’?

‘Van de leverancies, of de groothandel.’

Die komen ermee?

‘Dan vraag ik het.’

Wat?

‘Wat is er nu mooi?’

En wat is “mooi?”

‘Als het goed van smaak is. En van structuur.’

En van het seizoen?

‘Ja, geen aardbeien in december. Zijn ze niet lekker.

Dan zijn ze niet v…

‘Dan moet je appel of peer hebben. Kan je veel mee doen trouwens. Met een appel.’

 

Het lijkt een bijzonder moment. De kok heeft iets contemplatiefs, zoals hij daar aan een klein tafeltje bij de wc’s zit. We willen niet zeggen dat hij direct honderduit praat, maar de kok is opener dan anders. Misschien komt het omdat de druk voor vanavond er niet is. Vandaag werkt hij alleen om nieuwe gerechten te zoeken. Zoals hij vaak dagen besteedt alleen aan creëren en uitproberen.

 

Resumerend:  u haalt uw inspiratie dus uit de produkten?

‘En zomaar.’

Zomaar?

‘Op de fiets.’

Oh.

‘Of ik droom. Dan word ik wakker en heb ik opeens iets voor een nieuw gerecht.’

 

Hij staart weer in de verte. De kok en zijn inspiratie. De romantiek van de keuken. Het geheim van de chef. Maar dan maakt hij een einde aan de stilte en klinkt het plotsklaps van:

‘Ziek, vind ik het!’

Ziek?

‘Als je slaapt zelfs.

Vroeger had ik er ook een apparaatje voor. Dan sprak ik het snel in. ’

En dan?

‘Uitwerken. Soms duurt het drie jaar. Het zit in mijn hoofd.’

Is er ook invloed van uw humeur, van de zon in de zomer bijvoorbeeld?

‘Ja.’

Na deze ja, blijft het langer stil. De kok trekt zich een fractie terug op zijn stoel en veegt met zijn handdoek de tafel schoon.

‘Vissoep is meditatie.’

Pardon?

‘Sommige gerechten zijn rustgevend.’

Oh ja?

‘Vissoep.’

Vissoep?

‘Als ik me niet lekker voel.’

Als u… neerslachtig bent?’

‘Als ik het niet zie zitten. Moet ik vissoep maken.’

Waarom vissoep?”

‘Mooi produkt. Dat je van afval iets kan maken. Dat je die graten hebt en alles, wat ze weggooien. Maar dat je er dan iets lekkers van maakt. Vissoep. En asperges.’

Ook als u...

‘Asperges word ik vrolijk van. Fantastisch produkt. Word ik elk jaar weer door geïnspireerd.’

Dan verzint u iets nieuws.

‘Nee. Beetje boter, ham en ei.’

Niks anders?

‘Nee. Elk jaar hetzelfde.

Asperges, daar moet je niet teveel aan doen.’

 

 

PROFIEL Danny Reinhart

 Leverancier van de worsten

Danny is geboren en getogen Amsterdammer. Eigenlijk was bij zijn geboorte -42 jaar geleden- al bepaald dat hij slager zou gaan worden. Zijn vader had net na de Tweede Wereldoorlog de toenmalige slagerij in de Lange Brugsteeg overgenomen.

13 jaar geleden is hij op zijn beurt zijn vader opgevolgd. Nu kan Danny van zijn hobby – worsten maken - Danny’s zijn beroep maken. Fameus is hij inmiddels en zeker zijn ossenworst. 

Helaas, tegenwoordig komt er geen os voor in de ossenworst en wel hierom: vroeger werden de stieren gecastreerd zodat ze rustig zouden blijven voor de kar die ze moesten trekken, de ossenkar. Deze kar is al een tijdje uit ons straatbeeld verdwenen en dus werd het ook overbodig om van de stier een os te maken. Tegenwoordig maakt Danny de worst van koeien en wel van het vlees van de nek. Mocht u  meer willen weten, dan bent u bij hem in de winkel van harte welkom en wil hij er graag meer over vertellen.

Slagerij Danny Reinhart, Lange Brugsteeg

 

Piemonte, Cortese, 2008, Araldica

Er wordt in deze regio al eeuwen wijn gemaakt maar pas sinds de 19de eeuw wordt die wijn ook in andere delen van Europa en Italië gedronken. Bordeaux en Porto hebben het voordeel in het bezit te zijn van een haven van waaruit al eeuwen wijn wordt getransporteerd. Bourgogne en de Champagne hebben altijd goede toegangswegen naar Parijs gehad. Piemonte, de hoek in het noordwesten van Italië., grenst aan Frankrijk, Zwitserland maar vooral aan veel bergen. De naam Piemonte betekent dan ook: Aan de voet van de bergen.

Alhoewel het gebied niet de meeste wijn produceert van Italië heeft het wel het hoogst aantal beschermde herkomstbenamingen, er wordt vooral kwaliteitswijn gemaakt.

Al in 1659 werd er in de literatuur melding gemaakt van de druif in uit deze regio. Men maakt er een wijn van met een lichte kleur en een heel frisse smaak. Het is een strak droge wijn die goed dienst kan doen als aperitief of met lichte visgerechten. Zeker geschikt voor de tijd van het jaar.

 

Jazzcorner

De deejay die op zaterdagavond 13 juni bezoekers van Schiller’s onregelmatige ‘jazzcorner’ confronteert met de muzikale nalatenschap van John Coltrane, staat voor de schier onmogelijke opgave om met een afgewogen selectie uit een even breed geschakeerd als omvangrijk oeuvre voor de dag te komen. In feite een luxe probleem. Bij andere jazzgoden dringt zich soms de vraag op welke nummers geschikt zouden zijn om op een lome zaterdagavond in een café-achtige ruimte ten gehore te worden gebracht. Bij een grootheid als Coltrane kan echter vrijwel elke verklankte noot de toets der kritiek glansrijk doorstaan. Zijn te korte leven – Coltrane overleed in 1967 op zijn veertigste (!)- resulteerde in maar liefst vierenzestig albums onder eigen naam. Ruim een jaar vóór zijn dood ontsloeg hij zijn trouwe begeleiders, om met een volledig vernieuwd kwintet een revolutionair andere ‘sound’ te exploreren.

Op zaterdagavond 1 december 1962 speelde het John Coltrane Quartet (McCoy Tyner piano, Jimmy Garrison bas, Elvin Jones drums) in het Kurhaus te Scheveningen. Meteen na afloop spoedden de heren zich naar Amsterdam om in het Concertgebouw een nachtconcert te geven. Fotograaf Nico van der Stam mocht in de pauze even om de hoek van de deur in de kleedkamer kijken. Tot zijn verbazing stond Coltrane niet uit te blazen, zoals je zou verwachten... maar vol overgave te blazen op zijn saxofoon! ‘Die man was gewoon niet te stoppen’, herinnerde Van der Stam zich.

 

Deejay Rudy Rudie

 

AGENDA


21 juni officieel begin van de zomer & vaderdag

1 juli Keti-koti (dag van de vrijheden)

7 juli Dag van het sprookje

15 en 16 augustus Hartjesdagen

17 augustus dag van Sint-juttemis

22 augustus Schillers Bingo. Met móoie prijzen

30 augustus uiterlijke inleverdatum kopij nieuwe gazet

 

 

Kijk op thankgoditssaturday.hyves.nl voor het programma van al onze deejay’s. Er komen wat legendarische avonden aan.

 

COLUMN

viltjes

 

DOOR Lodewijk Brunt

 

Mijn huis ligt er vol mee, kruimels die je meesleept uit het café. Mijn bureau vooral, maar ook het aanrecht, de garderobe, het tafeltje naast de chaise longue. Een man alléén verzamelt rommel, veel! Ik zie er een liggen van Brand. Uit Wijlre, Limburg. De bierbrouwerij bestaat sinds 1340. Toemaar. Het bier wordt gebrouwen volgens ‘eeuwenoude traditie’. Achterop - nota bene op de schrijfkant, dat kán niet deugen - staat ‘sinds 1340’. Wat heb ik daarbij gekriebeld? Er staat ‘fearless vampire killers’  en ‘repulsion’. En ook: ‘a. welk jaar’ en ‘b. actrices in repulsion’. Dat moet een gesprek over Roman Polanski zijn geweest en het voornemen iets op te zoeken. Nooit gedaan, natuurlijk. Of wel? Ik kan het me niet meer herinneren. Hertog Jan raap ik op. ‘Traditioneel natuurzuiver bier’, dat volgens de kleine lettertjes ‘traditioneel gebrouwen’ is, ‘uit natuurzuiver water, geslecteerde granen, biergist en Saazerhop’. Wie zou het in twijfel willen trekken?

 

Het viltje is niet ovaal, zoals die uit de middeleeuwen, maar keurig rond, met een uitstekende schrijfruimte achterop. Ik kan mijn handschrift moeilijk lezen. ‘Norman Mailer’ heb ik opgeschreven, met een pijltje naar ‘white negro’. Verder staat er nog ‘dialogen’. Ook de naam ‘Heisenberg’, kan ik ontcijferen, tussen haakjes achter ‘geheugen’. Een diepzinnige gedachte? ‘Verleden in het licht van nu’, wat kan ik daarmee hebben bedoeld? En na veel gepuzzel lees ik: ‘en nu even stil ‘.

 

Ik zie een viltje liggen met de tekst Jupiler League en het internetadres: www.jupilerleague.nl. Wat is dat? Een biermerk? Achterop (mooie schrijfruimte, dat wel) staat ‘mobiel: sony ericsson K 7501’. Niet in mijn handschrift. Wél in mijn handschrift de naam Max en daaronder ‘kwart voor 4’. Who the hell is Max?

 

Palm heeft een vierkant viltje, met afgevlakte hoeken. ‘Palm Puur Rasbier’, staat erop. Daaronder ‘bier met liefde gebrouwen, drink je met verstand’. En nog een wijze raad: ‘alcohol onder de 16, nog even niet’. Achterop (lekkere schrijfruimte) heb ik gekrabbeld: ‘Joep’. Daarachter staat een pijltje met de aanmaning ‘namen doorgeven’. Ook heb ik er cijfers op geschreven: 31, 44, 57 en 54. Op een ander viltje van Hertog Jan staat ‘Presley’. Daaronder een tabel met twee kolommen. Boven één kolom een hoofdletter A, boven de ander een hoofdletter L. Onder de A staat weer Presley, maar ook ‘Monroe’. Onder de L staat ‘Dean’ en ‘Mansfield’.

 

Dommelsch Bier heeft als toelichting: ‘Dommelsch bier wordt op traditionele wijze gebrouwen’, de brouwerij dateert uit 1744. Bij bier is het blijkbaar geen aanbeveling als er sinds de oertijd nieuwe vindingen zijn toegepast of als het op eigentijdse manieren wordt gebrouwen. Ik vind twee (ronde) viltjes in de keuken. Achterop de viltjes is alle ruimte voor aantekeningen. Iemand heeft op de eerste een landkaart getekend, althans dat vermoed ik. Er staat een kruis en in de oksel van het kruis een Monopolyhuisje. Erboven staat, niet in mijn handschrift: ‘Le crois des bois’, tenminste daar lijkt het op. Achterop de ander nóg een tekening en wel degelijk van mijn hand - ook al een landkaart, maar het lijkt het meest op de schaamstreek van een volwassen dame. Zo teken ik alles, wat het ook is. Uitbundig begroeid en voorzien van intrigerende uitstulpingen en puntjes. Ik heb er pijlen bijgezet en langs de kant staat ‘Bor-et-Bar’. Hoezo?

 

Er komt heel wat tevoorschijn op die viltjes. Een duister verleden, misschien zelfs een schaduwbestaan. Wie vertelt me wat het betekent?

 

 

 


Powered by Plone

Deze site voldoet aan de volgende standaarden: